19-09-03

Wat is een Scopinaro?

 

 

Deze handleiding heeft tot doel u uit te leggen:

- hoe de ingreep verloopt

- welke risico's zijn verbonden aan de techniek
- welke verwikkelingen zich kunnen voordoen
 
Omschrijving van de ingreep:
- gastrectomie: het onderste deel van de maag wordt weggenomen
- bypass: de laatste 2,5 m darm wordt op de maag geplaatst. Het eerst stuk

  dundarm wordt terug  met de darm verbonden op 50 cm van de dikke darm.

  We krijgen dus een reconstructie in Y-vorm.
 
Gevolgen:
In het begin ontstaat, door de kleinere maag, een duidelijke daling van de voedselinname. Gekoppeld aan een selectieve malabsoptie voor vetten is er een ernstige gewichtsreductie. Het gemiddeld gewichtsverlies bedraagt 20% op 6 maanden en 30% op 1 jaar. Hierna stabiliseert het gewicht.
Het gevolg van de malabsorptie van vetten, is het ontstaan van een vettige diarree, bij vettige maaltijden. Indien er na enige maanden een diarree ontstaat die niet gekoppeld is aan vettige voeding dan dient u uw arts te raadplegen. Het wordt ten sterkste aanbevolen zoveel mogelijk de suikers uit de voeding te laten. Deze kunnen aanleiding geven tot een gistingsproces ter hoogte van de dikke darm  met als gevolgen, diarree en stinkende winden. Een hoge opname van suikers vermindert tevens het resultaat van het vermageringsproces.Samen met de verminderde opname van vetten, bestaat het risico op een verminderde opname van vetoplosbare vitaminen. Deze zijn A, E, D en K.

Vitamine A is o.a. verantwoordelijk voor het zicht
Vitamine D komt tussen in het calcium-metabolisme en speelt aldus een rol bij de aanmaak en afbraak van het bot.
Vitamine E speelt een rol in het afweermechanisme
Vitamine K is een belangrijke factor in de bloedstolling

Complicaties:

Er zijn verschillende complicaties enerzijds gebonden aan iedere ingreep en anderzijds specifiek voor deze ingreep.

Naadlekkage: (0,5%) Het verbinden van de maag met de darm en van de darm met de darm houdt het risico in van een lekkage. Buikvliesontsteking met sepsis vormt dan een zeer ernstige toestand met levensgevaar.

Wondinfectie: de wonde kan infecteren, ondanks alle voorzorgen en kan dus leiden tot verlengde hospitalisatie

Longembool: ontstaat door een bloedklonter die vanuit het klein bekken of de onderste ledematen naar de longen migreert en aldaar de bloedbaan afsluit. Indien het een kleine klonter betreft zal een behandeling met ontstollende medicatie volstaan. Grotere klonters kunnen tot een dodelijke afloop leiden. Deze complicatie komt na iedere chirurgische ingreep voor en wordt voorkomen door ontstollings-spuitjes in de buikwand in te spuiten.

Wondbreuk: dit is een frequent voorkomende complicatie (16%). Een breuk is een defect in de buikwand. Door het sluiten van de buik na de ingreep ontstaat een enorme tractie op de wonde. Zowel heteigen gewicht, het heffen van zware voorwerpen of hoesten kunnen aanleiding geven tot het ontstaan van een wondbreuk. Deze kan hersteld worden na enige maanden.

Vertraagde maagontleding: (2%) door de zwelling van de aanhechting van de maag aan de dunne darm kan een vertraagde maagontleding plaatsgrijpen. Dit is tijdelijk en is meestal genormaliseerd binnen de 6 maanden.

Latere complicaties:

Vitaminen tekorten: eiwit tekorten, ijzer tekort, zink tekort zijn de meest beschreven tekorten. Levenslange controles van deze elementen zijn noodzakelijk na deze ingreep.

Maagulcus: 10% van de patiënten ontwikkelt een maagzweer op de overgang tussen maag en dundarm. Deze wordt behandeld met zuurdalende middelen. De meeste van deze patiënten zijn rokers.

Obstructie: een operatie in de buik kan aanleiding geven tot vergroeiingen. Vergroeiingen kunnen aanleiding geven tot het afsluiten van de darm. Dit noemt men een obstructie. Soms dient men een operatie uit te voeren om de obstructie ongedaan te maken.

Eiwit tekort: (0,5%) zeldzaam leidde eiwit tekort tot het afbreken van de constructie. Dit blijft steeds mogelijk.

VOOR DE OPERATIE.

De avond voor de operatie moet u nuchter blijven vanaf middernacht.
Indien u dagelijks geneesmiddelen neemt, moet u dit melden aan uw chirurg of aan zijn medewerker. Indien u asperine neemt, anticoagulantia (geneesmiddelen die de bloedstolling vertragen) of anti-inflammatoire geneesmiddelen (tegen artritis, artrose) moet u hierover spreken met uw chirurg, dit om de datum te bepalen waarop u de geneesmiddelen tijdelijk stopzet.
U zult, indien mogelijk een epidurale catheter krijgen die na de operatie zal zorgen voor de nodige pijnstilling. Indien deze niet kan geplaatst worden zal in een andere vorm van pijnstilling worden voorzien. Verwikkelingen van de techniek alsmede de verschillende mogelijkheden van pijnstilling zullen met u de avond voor de ingreep besproken worden door de anesthesist.

U zal zich gedurende de operatie, die meerdere uren kan duren, onder algemene anesthesie (verdoving) blijven.

NA DE OPERATIE

U brengt waarschijnlijk één dag door op de intensieve afdeling. Een maagsonde zorgt ervoor dat u niet moet braken, gezien de eerste 24-48 uur het maagdarmstelsel nog niet voldoende werkt.
Gezien de epidurale pijnstilling uw blaas verlamt zal er eveneens een blaassonde geplaatst zijn.
De meeste van deze sondes zijn na 48 u verwijderd, na akkoord van de chirurg.
De voeding wordt geleidelijk opgestart volgens een vast schema.
De diëtiste zal met u bespreken hoe de voeding best wordt samengesteld.

NA VERTREK UIT HET ZIEKENHUIS

U zult worden uitgenodigd op de post operatieve raadpleging. Dit volgens een vast schema per chirurg. Geregelde bloedafnames zullen noodzakelijk zijn om bepaalde tekorten op te sporen. Na stabilisatie kunnen verder controles gebeuren bij de huisarts. Een inschrijving bij een huisarts is ten zeerste aan te raden om een strikte controle mogelijk te maken. De chirurg zal u tevens vitamines voorschrijven om tekorten te voorkomen. Na de bloedafname kan het noodzakelijk zijn extra vitaminen toe te dienen.

WANNEER MOET U UW CHIRURG CONTACTEREN?

Naast de postoperatieve controle, moet u absoluut uw geneesheer contacteren wanneer u bijvoorbeeld één van de volgende situaties vaststelt:
-  een aanhoudende koorts
-  rillingen
-  bloedingen
-  een toenemende zwelling van de buik of toenemende pijn
-  aanhoudende misselijkheid of braken
-  blijvende diarree
-  aanhoudende hoest of ademhalingsmoeilijkheden
-  doorsijpelen van vloeistof uit de wonde


Voor verder informatie kunt u terecht bij Dr. L. Hendrickx  in algemeen centrumziekenhuis 'Stuivenberg' op tel.: 03/217.73.00

of bij diëtiste Anne Bosman 03/217.78.41

                      Frankrijklei 67  2000 Antwerpen

                      0477/58.23.30

 

anne.bosman@skynet.be


                      

 




00:05 Gepost door Firebirdje | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |